Rugpijn

Rugpijn

01-04-2021

Pijn is dus meer dan enkel een gevoel. Binnen deze definitie worden enkele aspecten van pijn benadrukt welke een mogelijke verklaring voor de verschillen in pijnervaring kunnen geven.

Als eerste valt de term ‘weefselschade’ op. Het is duidelijk dat weefselschade, denk hierbij aan een breuk, verzwikking of een andere beschadiging, leidt tot een pijnprikkel. De primaire of belangrijkste functie van pijn is het lichaam beschermen en waarschuwen tegen (mogelijke) weefselschade. Men spreekt in dit geval vaak over kortdurende, acute pijn: er is een duidelijke relatie tussen de weefselschade en pijnervaring. Een mooi alarmsysteem: nuttig en begrijpelijk!

Echter geeft de definitie ook aan dat er niet per se weefselschade aanwezig hoeft te zijn om pijn te voelen. Dit zien we vaak terug bij chronische pijn. De IASP heeft voor chronische pijn de volgende definitie opgesteld:

“Pijn zonder duidelijk somatische oorzaak die langer bestaat dan drie maanden, of die blijft bestaan na het herstel van de oorspronkelijke weefselschade.”

Hoewel er geen sprake (meer) is van weefselschade, geeft het pijnsysteem toch pijnsignalen af om het lichaam te waarschuwen. Er zijn verschillende theorieën die proberen de chronische pijn te verklaren. Een van de theorieën zoekt de oorzaak in een ‘falend pijnsysteem’ of een ‘verstoorde pijnprikkelverwerking’.

Om chronische pijn te begrijpen, is het verstandig eerst te kijken naar een normaal functionerend pijnsysteem. De weg die een pijnprikkel aflegt vanaf de plaats van de schade (bijvoorbeeld een snee in de vinger) naar uiteindelijk de hersenen, gaat via een aantal stations. Op verschillende stations kan de pijnprikkel worden beïnvloed, met andere woorden: wordt het pijnsignaal versterkt of verzwakt?

  • Op de plaats van de (dreigende) schade worden pijnsensoren geprikkeld. Overal in het lichaam hebben we pijnsensoren, welke aan zenuwuiteinden gekoppeld zitten. Als deze pijnsensoren worden geprikkeld, zorgt het pijnsysteem door het vrijkomen van bepaalde stoffen voor het overgevoelig worden van deze pijnsensoren. Men noemt dit sensitisatie of hyperalgesie. Deze overgevoeligheid heeft een belangrijke weefselherstellende functie, maar leidt ook tot snellere pijnprikkels. Ook is deze overgevoeligheid vaak maar tijdelijk van aard.
  • Vervolgens worden deze pijnprikkels via zenuwbanen naar het ruggenmerg geleid. In het ruggenmerg bevindt zich een schakelstation dat pijnsignalen kan versterken of verzwakken. Hier wordt bijvoorbeeld bepaald of een pijnprikkel wordt ‘doorgestuurd’ naar de hersenen en wat voor een ‘betekenis’ er aan die pijn wordt gegeven. Het doorsturen en betekenis geven aan de pijnprikkel is afhankelijk van een aantal factoren. Wanneer een pijnprikkel uiteindelijk wordt doorgestuurd gaat deze via het ruggenmerg omhoog en komt deze in de hersenen terecht.
  • In een netwerk van hersengebieden worden deze pijnprikkels vervolgens verwerkt. Dit wordt ook wel de pijnmatrix genoemd. Hier spelen ervaringen, geheugen, en vooral emoties een belangrijke rol in de interpretatie van de pijnprikkel.

Bij mensen met chronische pijn wordt vaak gesproken over een ‘falend’ pijnsysteem. Dit kan het gevolg zijn van een overgevoelig pijnsysteem in het zenuwstelsel. Het lichaam blijft dus eigenlijk pijnsignalen afgeven, terwijl de schade al lang is genezen c.q. hersteld. Of de pijnsignalen worden veel sterker naar de hersenen doorgegeven dan dat ze eigenlijk zijn. Je kunt het vergelijken met een te gevoelig afgesteld alarmsysteem, bij het minste geringste slaat deze alarm. Daarnaast vinden er in de hersenen (pijnmatrix) veranderingen in de vertaling van de pijnprikkel plaats waardoor niet gevaarlijke signalen als gevaarlijk (lees pijnlijk) worden geïnterpreteerd. Deze veranderingen in het centrale zenuwstelsel noemt men centrale sensitisatie.

Onderzoek heeft uitgewezen dat lichamelijke, psychische en omgevingsfactoren hierin een belangrijke rol spelen. De belangrijkste factoren voor het blijven bestaan van de bovenbeschreven sensitisatie (overgevoeligheid) zijn psychosociale factoren. Het draait hierbij vooral hoe men als individu omgaat met de pijnklachten. Sommigen reageren angstiger op tegenslagen zoals pijn en zijn overmatig voorzichtig met bijvoorbeeld bewegen en pijn. Anderen geven (on)bewust meer aandacht aan de pijn. Aandacht versterkt vaak de pijn. Stress trouwens ook. Soms ook worden hele negatieve gedachten aan de pijn gekoppeld: ‘door mijn rugpijn kom ik nog in een rolstoel’.

Chronisch pijn is een enorm probleem, zowel in menselijk als in maatschappelijk-economisch oogpunt. Over chronische pijn doen vele, vaak onjuiste ideeën de ronde. Het Rughuis heeft een speciale methode ontwikkeld voor de aanpak van een dergelijke pijnstoornis. Er is veel aandacht voor pijneducatie, het goed begrijpen van uw pijn is de basis van het programma. Ook wordt er geleerd hoe het beste om te gaan met je pijnklachten, niet meer angstig te zijn en om de negatieve gedachten omtrent pijn te veranderen. Ook wordt er aan je lichamelijke belastbaarheid gewerkt, zo train je voor een sterkere en beweeglijkere rug en optimaliseer je je conditie.


Terug naar het overzicht