Rugpijn

Rugpijn verklaard?!

Wanneer gesproken wordt over rugklachten, bedoelt men in de meeste gevallen rugpijn. Het is moeilijk om de exacte oorzaak van deze rugpijn te benoemen, maar meestal worden de oorzaken gevonden doordat de belangrijke structuren van uw rug (spieren, banden en gewrichten) uit balans zijn. In het kopje rugklachten is uitgelegd dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen specifieke en aspecifieke rugklachten en dat de duur van de klachten per individu kan verschillen. Zo wordt er bijvoorbeeld gesproken over acute en chronische klachten.

De grote vraag is echter, waarom aspecifieke rugpijn zich bij ieder individu anders presenteert. Sommigen hebben slechts enkele dagen last van rugpijn, anderen ervaren al jaren pijn aan de rug. De soort pijn kan ook verschillen: de één voelt het als een stekende en felle pijn, terwijl de ander het meer over een zeurende en doffe pijn heeft. Sommigen kunnen de plaats van de pijn precies met een vinger aanwijzen, terwijl anderen last hebben van een groot vaag pijngebied soms zelfs met uitstraling naar de benen of billen.       

Om deze verschillen in ernst en duur van de rugklachten beter te kunnen begrijpen is het verstandig om iets dieper in te gaan op het algemene begrip pijn. Pijn is een complex begrip en is afhankelijk van heel veel factoren. Er is de afgelopen decennia veel onderzoek gedaan naar verschillende pijnmechanismen in het lichaam, onder andere door de IASP (International Association for the Study of Pain). Zij definiëren pijn als volgt:

“Pijn is een onaangename sensorische en emotionele gewaarwording die verband houdt met feitelijke of mogelijke weefselschade, of wordt beschreven in termen van weefselschade. Pijn is altijd subjectief. Ieder individu leert het woord pijn te gebruiken op basis van ervaringen met weefselschade vroeg in het leven.”

Pijn is dus meer dan enkel een gevoel. Binnen deze definitie worden enkele aspecten van pijn benadrukt welke een mogelijke verklaring voor de verschillen in pijnervaring kunnen geven.

Als eerste valt de term ‘weefselschade’ op. Het is duidelijk dat weefselschade, denk hierbij aan een breuk, verzwikking of een andere beschadiging, leidt tot een pijnprikkel. De primaire of belangrijkste functie van pijn is het lichaam beschermen en waarschuwen tegen (mogelijke) weefselschade. Men spreekt in dit geval vaak over kortdurende, acute pijn: er is een duidelijke relatie tussen de weefselschade en pijnervaring. Een mooi alarmsysteem: Nuttig en begrijpelijk!

Echter geeft de definitie ook aan dat er niet per se weefselschade aanwezig hoeft te zijn om pijn te voelen. Dit zien we vaak terug bij chronische pijn. De IASP heeft voor chronische pijn de volgende definitie opgesteld:

“Pijn zonder duidelijk somatische oorzaak die langer bestaat dan drie maanden, of die blijft bestaan na het herstel van de oorspronkelijke weefselschade.”

Hoewel er geen sprake (meer) is van weefselschade, geeft het pijnsysteem toch pijnsignalen af om het lichaam te waarschuwen. Er zijn verschillende theorieën die proberen de chronische pijn te verklaren. Een van de theorieën zoekt de oorzaak in een ‘falend pijnsysteem’ of een ‘verstoorde pijnprikkelverwerking’.

Om chronische pijn te begrijpen, is het verstandig eerst te kijken naar een normaal functionerend pijnsysteem. De weg die een pijnprikkel aflegt vanaf de plaats van de schade (bijvoorbeeld een snee in de vinger) naar uiteindelijk de hersenen, gaat via een aantal stations. Op verschillende stations kan de pijnprikkel worden beïnvloed, met andere woorden: wordt het pijnsignaal versterkt of verzwakt?

  • Op de plaats van de (dreigende) schade worden pijnsensoren geprikkeld. Overal in het lichaam hebben we pijnsensoren, welke aan zenuwuiteinden gekoppeld zitten. Als deze pijnsensoren worden geprikkeld, zorgt het pijnsysteem door het vrijkomen van bepaalde stoffen voor het overgevoelig worden van deze pijnsensoren. Men noemt dit sensitisatie of hyperalgesie. Deze overgevoeligheid heeft een belangrijke weefselherstellende functie, maar leidt ook tot snellere pijnprikkels. Ook is deze overgevoeligheid vaak maar tijdelijk van aard.
  • Vervolgens worden deze pijnprikkels via zenuwbanen naar het ruggenmerg geleid. In het ruggenmerg bevindt zich een schakelstation dat pijnsignalen kan versterken of verzwakken.  Hier wordt bijvoorbeeld bepaald of een pijnprikkel wordt ‘doorgestuurd’ naar de hersenen en wat voor een ‘betekenis’ er aan die pijn wordt gegeven. Het doorsturen en betekenis geven aan de pijnprikkel is afhankelijk van een aantal factoren. Wanneer een pijnprikkel uiteindelijk wordt doorgestuurd gaat deze via het ruggenmerg omhoog en komt deze in de hersenen terecht.
  • In een netwerk van hersengebieden worden deze pijnprikkels vervolgens verwerkt. Dit wordt ook wel de pijnmatrix genoemd. Hier spelen ervaringen, geheugen, en vooral emoties een belangrijke rol in de interpretatie van de pijnprikkel.

Bij mensen met chronische pijn wordt vaak gesproken over een ‘falend’ pijnsysteem. Dit kan het gevolg zijn van een overgevoelig pijnsysteem in het zenuwstelsel. Het lichaam blijft dus eigenlijk pijnsignalen afgeven, terwijl de schade al lang is genezen c.q. hersteld. Of de pijnsignalen worden veel sterker naar de hersenen doorgegeven dan dat ze eigenlijk zijn. Je kunt het vergelijken met een te gevoelig afgesteld alarmsysteem, bij het minste geringste slaat deze alarm. Daarnaast vinden er in de hersenen (pijnmatrix) veranderingen in de vertaling van de pijnprikkel plaats waardoor niet gevaarlijke signalen als gevaarlijk (lees pijnlijk)  worden geïnterpreteerd. Deze veranderingen in het centrale zenuwstelsel noemt men centrale sensitisatie.

Onderzoek heeft uitgewezen dat lichamelijke, psychische en omgevingsfactoren hierin een belangrijke rol spelen. De belangrijkste factoren voor het blijven bestaan van de bovenbeschreven sensitisatie (overgevoeligheid) zijn psychosociale factoren. Het draait hierbij vooral hoe men als individu omgaat met de pijnklachten. Sommigen reageren angstiger op tegenslagen zoals pijn en zijn overmatig voorzichtig met bijvoorbeeld bewegen en pijn. Anderen geven (on)bewust meer aandacht aan de pijn. Aandacht versterkt vaak de pijn. Stress trouwens ook. Soms ook worden hele negatieve gedachten aan de pijn gekoppeld: ‘door mijn rugpijn kom ik nog in een rolstoel’. 

Chronisch pijn is een enorm probleem, zowel in menselijk als in maatschappelijk-economisch oogpunt. Over chronische pijn doen vele, vaak onjuiste ideeën de ronde. Het Rughuis heeft een speciale methode ontwikkeld voor de aanpak van een dergelijke pijnstoornis. Er is veel aandacht voor pijneducatie, het goed begrijpen van uw pijn is de basis van het programma. Ook wordt er geleerd hoe het beste om te gaan met uw pijnklachten, niet meer angstig te zijn en om de negatieve gedachten omtrent pijn te veranderen. Ook wordt er aan uw lichamelijke belastbaarheid gewerkt, zo traint u voor een sterkere en beweeglijkere rug en wordt uw conditie geoptimaliseerd.     

Meer informatie over Het Rughuis en het programma?

Wenst u meer informatie over Het Rughuis en haar programma? Dat is mogelijk.

U kunt zich inschrijven voor een vrijblijvende informatie avond die iedere week in een van onze vestigingen plaatsvindt of u kunt naar een van onze inloop gelegenheden komen.

Bezoek onze informatie avond

Informatie voor de verwijzers

Bekijk hier onze informatie film

Meer informatie? 088 000 16 00